ECLI:NL:RBDHA:2020:10998
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beklag tegen beslag op No Surrender-hesje wegens overtreding colorverbod
Klager, lid van de motorclub No Surrender, diende beklag in tegen het beslag op zijn hesje dat in beslag werd genomen wegens verdenking van overtreding van artikel 184 Sr Pro, het niet voldoen aan een bevel van de burgemeester. De burgemeester had een colorverbod opgelegd op grond van artikel 172 Gemeentewet Pro vanwege het intimiderende effect van het dragen van de hesjes tijdens een groepsrit.
De rechtbank behandelde het beklag in raadkamer en concludeerde dat het hesje in beginsel vatbaar is voor verbeurdverklaring omdat het toebehoort aan klager en er aanwijzingen zijn dat het hesje is gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit. Het verweer dat het burgemeestersbevel onrechtmatig was gegeven, behoort tot de beoordeling van de strafrechter in de hoofdzaak.
De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de strafrechter het bevel onrechtmatig zal verklaren, mede gelet op het beleid en eerdere jurisprudentie over het colorverbod en de aard van de situatie. Het belang van de strafvordering weegt zwaarder dan het belang van klager bij opheffing van het beslag, waardoor het beklag ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op het No Surrender-hesje wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.