ECLI:NL:RBDHA:2020:11001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding rusttijdenwetgeving in het wegvervoer
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd wegens twee overtredingen van artikel 2.5:1, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, in samenhang met artikel 8, achtste lid, van Verordening (EG) nr. 561/2006. De overtreding betrof het doorbrengen van de normale wekelijkse rusttijd in het voertuig door chauffeurs van eiseres.
Eiseres voerde aan dat het verbod niet expliciet in de verordening stond, dat de bestuurders niet continu in het voertuig verbleven en dat er passende accommodaties beschikbaar waren. Ook stelde zij dat de boete onevenredig was en dat de handhaving te plotseling was.
De rechtbank oordeelde dat het Hof van Justitie duidelijk heeft gesteld dat normale wekelijkse rusttijd niet in het voertuig mag worden doorgebracht, dat de overtreding voldoende is vastgesteld op basis van tachograafgegevens en verklaringen, en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alles heeft gedaan om overtredingen te voorkomen. De boete werd als passend en evenredig beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €3.000 wegens het doorbrengen van de normale wekelijkse rusttijd in het voertuig is ongegrond verklaard.