ECLI:NL:RBDHA:2020:11055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling hoogte bestuurlijke dwangsom in vreemdelingenzaak
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel werden ingewilligd, maar waarin tevens werd meegedeeld dat slechts één rechterlijke dwangsom gezamenlijk was vastgesteld. Eisers betoogden recht te hebben op twee separate dwangsommen.
De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft, maar een civielrechtelijke kwestie die volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden behandeld door de burgerlijke rechter. Hierdoor ontbreekt het procesbelang bij de bestuursrechter.
Omdat de aanvragen zijn ingewilligd en eisers daardoor niet in een materieel gunstigere positie kunnen komen, verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever en griffier J.C. de Grauw op 16 oktober 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk omdat de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is.