ECLI:NL:RBDHA:2020:11092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Afghaanse Hazara wegens onvoldoende nieuwe elementen en geringe indicaties
Eiser, een Afghaanse Hazara, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, waarbij zijn bekering tot het christendom en de verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan centraal stonden. De eerste twee aanvragen werden afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn geloofsbekering en onvoldoende aannemelijkheid van risico's bij terugkeer.
Bij zijn derde aanvraag stelde eiser een oprechte geloofsgroei te hebben doorgemaakt en wees hij op de verslechterde situatie voor Hazara's in Afghanistan. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van nieuwe elementen en onvoldoende individuele risico's.
De rechtbank oordeelde dat het procesbelang ondanks uitzetting naar Afghanistan bleef bestaan, maar dat eiser geen nieuwe geloofwaardige feiten had aangevoerd. Ook concludeerde de rechtbank dat geringe indicaties, zoals eenmalige belediging en het ontbreken van een sociaal netwerk, onvoldoende waren om een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat de veiligheidssituatie in Afghanistan, inclusief voor Hazara's, weliswaar zorgelijk is, maar niet zodanig dat een reëel risico voor eiser kon worden vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de derde asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe geloofwaardige elementen en onvoldoende individuele risico's.