ECLI:NL:RBDHA:2020:11118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame relatie en middelenvereiste
Eiseres, houdster van de Tadzjiekse nationaliteit, heeft een relatie met een referent sinds 2018 en vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie en omdat niet aan het middelenvereiste werd voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde stukken, waaronder een traditionele huwelijksakte, foto's, WhatsApp-berichten en vliegtickets, onvoldoende bewijs vormen voor een duurzame en exclusieve relatie. De WhatsApp-berichten waren niet vertaald en konden daardoor niet worden beoordeeld. Daarnaast concludeerde een onderzoek van de Inspectie SZW dat de referent niet werkzaam was bij de opgegeven werkgever, waardoor de arbeidsovereenkomst niet werd erkend.
De rechtbank acht het rapport van de Inspectie SZW betrouwbaar en wijst de stellingen van eiseres af. De financiële stukken van het eigen bedrijf van de referent konden niet worden betrokken bij de beoordeling vanwege de ex-tunc-toetsing. Het beroep op jurisprudentie, waaronder het arrest Chakroun, slaagt niet omdat verweerder terecht het inkomen van de referent uit de arbeidsovereenkomst niet heeft meegeteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 3 november 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.