ECLI:NL:RBDHA:2020:11130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 22 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1997 in Eritrea.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur bleek dat betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en verslavingsstoornissen. Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, waaronder verwaarlozing, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Ambulante hulpverlening bleek onvoldoende en vrijwillige zorgmogelijkheden ontbraken.
De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen. De zorgmachtiging omvat onder meer toediening van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en opname in een accommodatie.
De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de machtiging geldig is tot en met 22 april 2021. De beschikking werd gegeven door rechter H.A.G. Nijman en griffier K.D. van den Berg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot en met 22 april 2021.