Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 20 juni 2018 te 's-Gravenhage, [slachtoffer 1] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds zijn hand/vingers te plaatsen op/bij de lies, althans op/nabij de schaamstreek, van die (in een karretje zittende) [slachtoffer 1] ,
hij op of omstreeks 20 juni 2018 te 's-Gravenhage, [slachtoffer 2] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds zijn hand/vinger(s) te plaatsen op de borsten/borststreek en/of op/nabij de vagina/schaamstreek van die (in een karretje zittende) [slachtoffer 2] ;
hij op of omstreeks 20 juni 2018 te 's-Gravenhage, [slachtoffer 3] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds zijn hand/vinger(s) te plaatsen op de borsten/borststreek van die (in een karretje zittende) [slachtoffer 3] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het plaatsen van zijn hand/vingers op de borsten/borststreek van die (in een karretje zittende) [slachtoffer 3] ;
3.Bewijsoverwegingen
De rechtbank ziet in de tenlastelegging evenwel onvoldoende feitelijke aanknopingspunten voor het oordeel dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van zodanige feiten en omstandigheden dat de slachtoffers zijn gedwongen de ontucht te ondergaan. De enkele aanduiding dat de verdachte (telkens) onverhoeds heeft gehandeld en dat het slachtoffer (telkens) in een karretje zat, is, ook indien bewezen, daarvoor niet voldoende.
[slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het plaatsen van zijn hand op de borsten van die in een karretje zittende [slachtoffer 3] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (een) maand;
150 (honderdvijftig) uren;
75 (vijfenzeventig) dagen;