ECLI:NL:RBDHA:2020:11196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een soortgelijke zaak behandeld en heeft overwogen dat Nederland terecht het verzoek tot overname door Duitsland heeft gedaan en dat Duitsland dit verzoek heeft aanvaard.
Eiseres voerde aan dat zij en haar dochter in Duitsland te maken hebben met discriminatie en stress, en dat haar dochter, die hartpatiënt is, mogelijk onvoldoende medische zorg zal ontvangen. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigen. Ook is niet gebleken dat de stress en zorgen zodanig zijn dat overdracht onaanvaardbaar is.
Verder is het beroep van de dochter van eiseres tegen een soortgelijk besluit ongegrond verklaard en is tegen die uitspraak verzet ingesteld. De rechtbank zag geen aanleiding voor nader onderzoek door het Bureau Medische Advisering en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.