ECLI:NL:RBDHA:2020:1126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend voor een machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening (Alzheimer) voor de duur van zes maanden. De cliënt verblijft momenteel in een verpleeginrichting en is onderzocht door een arts die haar niet behandelde.
Tijdens de mondelinge behandeling stelde de cliënt dat zij alleen in de instelling verblijft vanwege haar man en liever niet wil blijven vanwege diefstal. Haar advocaat zag geen noodzaak voor een dwangmaatregel omdat de cliënt vrijwillig kan verblijven. De arts gaf aan dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening en zichzelf niet kan verzorgen, maar dat zij momenteel geen verzet toont. De verpleegkundige bevestigde dat de cliënt rustig is en geen uitingen van vertrekwens vertoont.
De rechtbank concludeerde dat de cliënt lijdt aan Alzheimer met ernstig nadeel zoals levensgevaar en verwaarlozing. Hoewel opname en verblijf noodzakelijk zijn, is er geen sprake van verzet tegen vrijwillige opname. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot machtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging opname en verblijf wordt afgewezen omdat cliënt geen verzet toont tegen vrijwillige opname.