Eiseres verzocht om registratie van haar in Pakistan gesloten huwelijk in de Nederlandse Basisregistratie Personen (BRP). Verweerder wees dit verzoek af op grond van een onderzoek door de vreemdelingenpolitie en een interview op de Nederlandse ambassade, waarbij een redelijk vermoeden ontstond dat sprake is van een schijnhuwelijk.
Het bezwaar van eiseres werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank overwoog dat het oogmerk bij het sluiten van het huwelijk bepalend is en verweerder aannemelijk moest maken dat het huwelijk niet gericht was op het vervullen van huwelijkse plichten maar op het verkrijgen van toelating tot Nederland.
De rechtbank vond het leeftijdsverschil van 50 jaar, de processen-verbaal van bevindingen, de conclusie van de ambassademedewerker en de reacties van de kinderen van eiseres samen een redelijke grond voor het vermoeden van een schijnhuwelijk. Daarom was het besluit tot afwijzing van de registratie gerechtvaardigd en werd het beroep ongegrond verklaard.