ECLI:NL:RBDHA:2020:11287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens niet-naleving brandveiligheid garagebedrijf
Eisers exploiteren een garagebedrijf in een pand dat niet voldoet aan de brandveiligheidseisen zoals gesteld in het Bouwbesluit 2012 en de bouwvergunning. Verweerder legde hen een last onder dwangsom op om het gebruik van het pand te beëindigen en te ontruimen vanwege de geconstateerde brandveiligheidsgebreken.
Eisers voerden aan dat de last onrechtmatig was, dat ook andere partijen zoals de voormalige eigenaar en de Vereniging van Eigenaren hadden moeten worden aangesproken, en dat er bijzondere omstandigheden waren die handhaving onnodig maakten. Zij stelden bovendien dat zij inmiddels de noodzakelijke voorzieningen hadden getroffen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de last op te leggen aan eisers als eigenaar die het in hun macht hadden de overtreding te beëindigen. Er was geen concreet zicht op legalisering en geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de last bleef gehandhaafd totdat deze door verweerder werd ingetrokken na voldoening aan de last.
De rechtbank wees ook de vordering tot schadevergoeding af omdat het besluit niet onrechtmatig was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens niet-naleving van brandveiligheidseisen wordt ongegrond verklaard.