ECLI:NL:RBDHA:2020:11362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser, een Afghaanse staatsburger, verzocht via zijn zoon om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel nareis. De aanvraag werd op 24 juni 2019 afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard op 5 februari 2020. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank overwoog dat eiser geen rechtens te beschermen belang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit, omdat hij vermist wordt en momenteel niet beschikbaar is voor onderzoek. De nareistermijn van drie maanden is reeds veiliggesteld, waardoor eiser bij beschikbaarheid een nieuwe aanvraag kan indienen.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn identiteit en familierechtelijke relatie met de referent aannemelijk maken. Ook is geen antecedentenverklaring ingediend, waardoor niet kan worden onderzocht of eiser een gevaar vormt voor de openbare orde.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 17 september 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtens te beschermen belang.