ECLI:NL:RBDHA:2020:11486

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2020
Publicatiedatum
13 november 2020
Zaaknummer
NL20.8751 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzet tegen beslistermijn in asielprocedure onder 8+8 wekenmodel

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een buitenzittingsuitspraak waarin de rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen een termijn van 8+8 weken een besluit moet nemen op de asielaanvraag van de opposant. De opposant betwistte de toepassing van dit model omdat zijn zaak onder de Taskforce viel, waar andere termijnen gelden.

De rechtbank heeft in haar uitspraak bevestigd dat het 8+8 wekenmodel terecht is toegepast, aangezien nog geen aanvang was gemaakt met de procedure en de Taskforce-werkwijze daaraan niets verandert. De opposant heeft geen nieuwe feiten of bewijsstukken aangevoerd die een afwijking van het model rechtvaardigen. Een brief waarnaar werd verwezen is niet overgelegd.

De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om de opposant of de staatssecretaris extra gelegenheid te geven zich uit te laten over de termijnproblematiek. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere buitenzittingsuitspraak blijft in stand. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de beslistermijn van 8+8 weken blijft van toepassing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.8751 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] (hierna: [opposant] ), geboren op [geboortedatum] ,

van Syrische nationaliteit, V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke).

Procesverloop

[opposant] heeft tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris) op zijn aanvraag van 23 september 2019 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 31 augustus 2020 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen alsnog een besluit te nemen.
[opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Op 25 september 2020 heeft [opposant] zijn verzet aangevuld.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat niet tijdig is beslist op de aanvraag. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 juli 2020 [1] heeft de rechtbank, nu sprake is van een situatie waarin de asielaanvrager nog niet is gehoord en rekening houdend met de naleving van andere wettelijke voorschriften, bepaald dat verweerder binnen een termijn van acht weken na de dag van verzending van de uitspraak een eerste gehoor moet afnemen en binnen acht weken na het eerste gehoor een besluit op de aanvraag moet bekendmaken, in ieder geval binnen zestien weken na deze uitspraak.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend de buitenzittingsuitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De verzetrechter stelt vast dat [opposant] het niet eens is met de door de rechtbank aan de staatsecretaris opgedragen termijn om te beslissen op zijn aanvraag van 23 september 2019. [opposant] stelt dat het 8+8 weken model in zijn zaak niet op gaat, omdat zijn zaak onder de zogenaamde taskforce valt, waarin andere termijnen door verweerder worden gehanteerd dan waarop het 8+8 weken model is gebaseerd. [opposant] meent dan ook dat dit model niet van toepassing is en dat de rechtbank dit ten onrechte heeft toegepast. [opposant] verzoekt de rechtbank dan ook af te wijken van het door de Afdeling voorgestane 8+8 wekenmodel. [opposant] verzoekt het verzet gegrond te verklaren en verweerder alsnog een
beslistermijn van 2 weken op te leggen. De rechtbank heeft [opposant] , noch verweerder hierover ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld zich uit te laten. [opposant] verzoekt de rechtbank dan ook het verzet gegrond te verklaren.
4. De verzetsrechter volgt [opposant] hierin niet. De rechtbank heeft in de buitenzittingsuitspraak in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020 terecht geoordeeld dat verweerder in deze zaak een beslistermijn van 8+8 weken krijgt, omdat nog geen aanvang was gemaakt met de procedure. Dat [opposant] nu onder de werkwijze van de Taskforce zou vallen maakt dat niet anders. [opposant] heeft daar geen nieuwe of andere aanknopingspunten geboden die tot een ander oordeel zou moeten leiden. Door [opposant] is verwezen naar een brief van 21 september 2020, maar die brief is in deze procedure niet overgelegd. Evenmin valt in te zien waarom de rechtbank [opposant] gelegenheid had moeten bieden om zich over de problematiek rond de beslistermijn uit te laten.
7. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buitenzittingsuitspraak in stand blijft.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, rechter, in aanwezigheid van N.E. Joacim, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.