ECLI:NL:RBDHA:2020:11493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 oktober 2020 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van eiser niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2020 vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Zijn stellingen over vooringenomenheid en het ontbreken van opvang en verzorging in Duitsland zijn niet concreet onderbouwd.
Ook de bewering dat eiser geen beroep kan doen op rechtskundige bijstand in Duitsland is niet met nadere stukken onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat het Duitse systeem in overeenstemming is met de Europese Procedurerichtlijn.
Ten slotte is de stelling dat verweerder de asielaanvraag aan zich had moeten trekken vanwege medische problemen niet onderbouwd, en er is geen bewijs dat eiser medische behandeling nodig heeft of ontvangt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.