ECLI:NL:RBDHA:2020:11544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen crisismaatregel en schadevergoeding in geestelijke gezondheidszorg
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel die op 11 februari 2020 door de burgemeester van Delft was opgelegd. Zij voerde aan dat niet voldaan was aan de wettelijke criteria voor het opleggen van de maatregel, dat zij geen afschrift had ontvangen van de maatregel, dat zij niet adequaat was gehoord en dat de tijdelijke verplichte zorg onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht op basis van een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater had geoordeeld dat sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een psychische stoornis. Het niet ontvangen van een afschrift door betrokkene leidde niet tot onrechtmatigheid omdat de advocaat en behandelende instelling wel over de stukken beschikten. Het telefonisch horen van betrokkene werd als voldoende beoordeeld gezien de omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan de crisismaatregel buiten het bestreden besluit viel en dat daarvoor een aparte klachtprocedure openstaat. Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.