Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
SGR 19/7408en 20/768
Rechtbank Den Haag
Eiser is sinds 15 augustus 2007 militair bij het Commando Luchtstrijdkrachten met een dienverplichting van tien jaar na afronding van zijn opleiding, vastgesteld op 15 april 2011 en eindigend op 15 april 2021. Eiser verzocht om vervroeging van de einddatum naar 12 augustus 2020, wat door verweerder werd afgewezen. Verweerder stelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigden.
Eiser voerde aan dat bij collega’s de dienverplichting op andere momenten was ingegaan en dat er sprake was van zwalkend beleid. Tevens stelde hij dat de weigering om een indicatieve berekening van de afkoopsom te geven zijn rechtspositie schaadde. Tijdens de zitting verklaarde verweerder dat eiser een aanbod had aanvaard voor een fase 3 aanstelling vanaf 16 april 2021, aansluitend op het einde van zijn dienverplichting.
De rechtbank oordeelde dat door aanvaarding van dit aanbod het procesbelang van eiser was vervallen, omdat het doel van het beroep, vervroegde beëindiging van de dienstbetrekking, niet meer aan de orde was. Daarom verklaarde de rechtbank beide beroepen niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 11 november 2020.
Uitkomst: Beide beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na aanvaarding van een nieuwe aanstelling.