Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. E.C.M. Boerboom, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker van Somalische nationaliteit, kreeg op 21 oktober 2020 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij verplicht werd te verblijven in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) Hoogeveen. Eiser wenste echter niet gebruik te maken van zijn recht op opvang in de HTL omdat hij bij zijn familie in de Randstad wilde verblijven gedurende de asielprocedure.
De rechtbank overweegt dat artikel 56 Vw Pro geen grondslag biedt om de bewegingsvrijheid van asielzoekers die geen gebruik willen maken van opvang te beperken tot verblijf in de HTL. De maatregel is gekoppeld aan plaatsing in de HTL om toezicht te houden, maar dit is volgens de rechtbank niet toegestaan. Eiser heeft geen plicht tot opvanggebruik en het opleggen van deze maatregel miskent de strekking van zijn verklaringen.
Verder constateert de rechtbank dat de maatregel niet deugdelijk is gemotiveerd en dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom een lichtere maatregel niet volstaat. De maatregel wordt daarom onrechtmatig geacht en onmiddellijk opgeheven.
Eiser krijgt een schadevergoeding van €1.200,- toegekend voor de periode van onrechtmatige vrijheidsbeperking en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.050,-. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van reiskosten af.
De uitspraak is gedaan door rechter S. van Lokven op 13 november 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De vrijheidsbeperkende maatregel gekoppeld aan verblijf in de HTL is onrechtmatig en wordt onmiddellijk opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.