ECLI:NL:RBDHA:2020:11590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voortzetting inbewaringstelling cliënt met COVID-19
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt die momenteel verblijft op een COVID-19-afdeling. De cliënt, geboren in 1944, wenst terug te keren naar haar appartement en geeft aan weinig last te hebben van COVID-19.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de cliënt dat zij graag haar dagelijkse activiteiten wil hervatten, zoals wandelen en naar de markt gaan. De behandelend arts gaf aan dat de cliënt weinig COVID-klachten heeft, maar dat toezicht nodig is bij medicatie-inname. De casemanager meldde een achteruitgang in de thuissituatie, zorgmijdend gedrag en zorgen over medicatie-inname en voeding. Er is sprake geweest van dwalen buiten het complex, wat niet met thuiszorg kan worden opgevangen.
De burgemeester had op 28 oktober 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven. De rechtbank oordeelt echter dat er geen sprake is van een crisissituatie of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat gedwongen opname rechtvaardigt. De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging af en benadrukt dat eerst alle thuismogelijkheden moeten worden uitgeput voordat opname wordt overwogen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van een crisissituatie of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.