ECLI:NL:RBDHA:2020:11602
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar Wob-verzoek afgewezen
Verzoekster heeft een Wob-verzoek ingediend bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Na een besluit op dit verzoek verklaarde het ministerie het bezwaar van verzoekster niet-ontvankelijk omdat zij de gronden van bezwaar niet had aangeleverd binnen de gestelde termijn, ondanks meerdere verlengingsverzoeken.
Verzoekster vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster geen gronden tegen het bestreden besluit had aangevoerd en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarmee kennelijk niet-ontvankelijk was.
De voorzieningenrechter nam de beslissing buiten zitting en wees het verzoek af zonder partijen te horen, conform artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Er waren geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 16 november 2020 door rechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.