ECLI:NL:RBDHA:2020:11658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanleg uitrit vanwege verlies openbare parkeerplaats en geen bijzondere omstandigheden
Eiser heeft bij verweerder een melding gedaan om een uitrit te realiseren naar de openbare weg, zodat hij op eigen terrein kan parkeren. Verweerder heeft dit verzoek geweigerd omdat de aanleg van de uitrit zou leiden tot het verlies van een openbare parkeerplaats in een straat met hoge parkeerdruk, wat volgens de APV verboden is. Eiser betwist het verlies van een parkeerplek en stelt dat de parkeerdruk juist afneemt doordat hij op eigen terrein parkeert. Tevens voert hij aan dat verweerder het gelijkheidsbeginsel schendt omdat bij buren wel toestemming is verleend wegens niet tijdig reageren.
De rechtbank stelt vast dat het meldingsstelsel van de APV geldt en dat verweerder een discretionaire bevoegdheid heeft om het maken van een uitweg te weigeren op grond van de in artikel 2.9, tweede lid, APV genoemde gronden. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat door de aanleg van de uitrit een openbare parkeerplaats verloren gaat, aangezien de plek niet door derden kan worden gebruikt als eiser er parkeert. De stelling van eiser dat een parkeerplek op straat niet als openbaar moet worden gezien, faalt omdat parkeren op straat feitelijk toegankelijk is voor iedereen.
Verder is het betoog van eiser dat de parkeerplaatsen verplaatst kunnen worden onvoldoende onderbouwd en valt buiten het geding. Ook de noodzaak om altijd nabij de woning te kunnen parkeren is onvoldoende gemotiveerd. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de toestemming bij buren voortvloeit uit het niet tijdig reageren van verweerder, waardoor geen inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de aanleg van de uitrit te weigeren wordt ongegrond verklaard.