ECLI:NL:RBDHA:2020:11735
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van woninginrichting, eerste maand huur en waarborgsom, welke aanvragen zijn afgewezen. Tegen deze besluiten is bezwaar gemaakt en is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. In financiële geschillen is dit niet snel het geval, omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald. Verzoeker stelt dat hij door ongedierte in zijn huidige woning niet kan verblijven en daardoor feitelijk dakloos is, en dat hij de huur en borg van een nieuwe woning dringend moet voldoen.
De voorzieningenrechter stelt echter vast dat verzoeker niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een acute noodsituatie. De huidige woning is nog in gebruik en de offerte van ongediertebestrijding toont slechts de aanwezigheid van ongedierte, niet de onbewoonbaarheid. Er is geen sprake van dreigende huisuitzetting of andere urgente omstandigheden.
Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.