ECLI:NL:RBDHA:2020:11738
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om zijn bijstandsuitkering per 1 juni 2020 in te trekken. Na afwijzing van een eerste verzoek om voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure, diende verzoeker een tweede verzoek in. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld tijdens een telefonische zitting op 3 november 2020.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening tijdens bezwaar bedoeld is om te gelden totdat op het bezwaar is beslist en eventueel beroep is behandeld. Een hernieuwd verzoek tot voorlopige voorziening wordt alleen gehonoreerd bij ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak of belangrijke wijzigingen in feiten of omstandigheden.
In deze zaak zijn geen ernstige onvolkomenheden of belangrijke wijzigingen vastgesteld. Het ontbreken van een beslisdatum en het feit dat verweerder nog niet op het bezwaar heeft beslist, vormen geen reden voor een voorlopige voorziening. Verzoeker kan bij niet tijdig beslissen een ingebrekestelling en vervolgprocedure starten.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstige onvolkomenheden of belangrijke wijzigingen.