Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 3 augustus 2020 afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten.
Op 5 november 2020 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde en zijn echtgenote aanwezig waren, evenals een tolk. De gemachtigde van verweerder gaf aan zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot daarop het verzoek toe te wijzen.
De voorzieningenrechter verbood verweerder om verzoeker uit te zetten tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 1.050,- en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 187,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.