ECLI:NL:RBDHA:2020:11786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- F.P. van Straelen
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning bij partner wegens ontbreken mvv-vrijstelling
Verzoekster, afkomstig uit Brazilië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Deze werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van dit vereiste werd verleend. Verzoekster stelde dat zij een duurzame relatie heeft met haar partner in Nederland en dat medische omstandigheden en de coronapandemie een terugkeer naar Brazilië bemoeilijken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van beschermenswaardig familieleven met de kinderen en kleinkinderen van de referent. Hoewel er mogelijk sprake is van familieleven met de referent zelf, was de belangenafweging in het nadeel van verzoekster terecht. De medische verklaring was onvoldoende onderbouwd en de coronamaatregelen werden niet tijdig en onderbouwd aangevoerd.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.