ECLI:NL:RBDHA:2020:11789
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- F.P. van Straelen
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening uitstel vertrek om medische redenen wegens onvoldoende bewijs betaalbaarheid behandeling DRC
Verzoekster, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, vroeg uitstel van vertrek op medische gronden vanwege haar diabetes en de daarmee samenhangende complicaties. Het Bureau Medische Advisering concludeerde dat de noodzakelijke behandeling in de DRC beschikbaar is en dat verzoekster kan reizen mits zij haar medicatie meeneemt.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk maakte dat zij de behandeling in de DRC niet kan betalen. Verzoekster stelde dat zij geen netwerk of middelen heeft om de kosten te dragen, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet voldeed aan de bewijslast om aannemelijk te maken dat de behandeling niet feitelijk toegankelijk is. Er was onvoldoende bewijs van financiële onmogelijkheid of het ontbreken van ondersteuning door familie of charitatieve organisaties.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd het bezwaar van verzoekster als kansloos beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot uitstel van vertrek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ontoegankelijkheid van noodzakelijke medische behandeling in de DRC.