ECLI:NL:RBDHA:2020:12001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verantwoordelijkheid Italië voor asielaanvraag na verlenging overdrachtstermijn en onderduiken
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende op 6 mei 2019 een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. Een eerdere overdracht naar Italië kon niet plaatsvinden omdat eiser niet verscheen en zijn verblijfplaats onbekend was. Verweerder verlengde daarop de overdrachtstermijn met 18 maanden.
Eiser stelde dat deze verlenging onterecht was omdat hij niet ondergedoken was en dat Nederland verantwoordelijk was geworden na het verstrijken van de overdrachtstermijn. Tevens voerde hij aan dat de coronacrisis de opvang in Italië problematisch maakt, wat nader onderzoek zou vereisen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn meldplicht en doelbewust buiten bereik van de autoriteiten was gebleven om overdracht te voorkomen. De verlenging van de overdrachtstermijn was daarom rechtsgeldig. Ook was eiser niet geslaagd in het aantonen van ernstige tekortkomingen in de Italiaanse opvang die overdracht zouden verhinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat Italië verantwoordelijk blijft voor de behandeling van de asielaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Italië verantwoordelijk blijft voor de asielaanvraag van eiser.