ECLI:NL:RBDHA:2020:12028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 17 november 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1963. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, die leiden tot ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en hinderlijk agressief gedrag.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur blijkt dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De rechtbank acht de voorgestelde vormen van verplichte zorg, zoals het toedienen van medicatie, voeding, vocht, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie, noodzakelijk, evenredig en effectief om het ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank constateert dat de vorige zorgmachtiging op 7 november 2020 is vervallen omdat het verzoek niet tijdig is ingediend. Daarom wordt de nieuwe zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 17 mei 2021. De opname kan alleen plaatsvinden als betrokkene niet meewerkt en ernstig nadeel dreigt. De geneesheer-directeur moet betrokkene horen alvorens tot opname te besluiten. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.