ECLI:NL:RBDHA:2020:1203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU voor Syrische moeder met Nederlandse kinderen
Eiseres, een Syrische vrouw met internationale bescherming in Duitsland en Bulgarije, vroeg een verblijfsdocument in Nederland op grond van artikel 20 VWEU Pro, stellende dat haar Nederlandse kinderen anders gedwongen zouden worden de EU te verlaten.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres en haar kinderen niet voldeden aan de voorwaarden van de Verblijfsrichtlijn en omdat de kinderen als Unieburgers vrij kunnen reizen binnen de EU, waardoor zij niet gedwongen worden de EU te verlaten.
De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht van de kinderen in hun lidstaat van nationaliteit geldt en dat zij drie maanden verblijfsrecht hebben in andere lidstaten, langer indien aan voorwaarden van de Verblijfsrichtlijn wordt voldaan. De afhankelijkheidsrelatie en het belang van het kind zijn meegewogen, maar de eenheid van het gezin is niet doorslaggevend als niet sprake is van gedwongen vertrek uit de EU.
Het beroep werd ongegrond verklaard, omdat de kinderen niet gedwongen worden de EU te verlaten en eiseres geen afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro toekomt.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar kinderen niet gedwongen worden de Europese Unie te verlaten.