Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
6 december 2018 overgelegd. Bij uitspraak van 7 januari 2020 heeft de rechtbank beslist dat de beperking van de kennisneming van de bestuurlijke rapportages gerechtvaardigd is. Eiser heeft de rechtbank toestemming gegeven om kennis te nemen van de bestuurlijke rapportages.
Overwegingen
30 januari 2013 ECLI:NL:RVS:2013:BY9912 en 10 april 2019 ECLI:NL:RVS:2019:1109), vloeit uit het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat onder meer is vastgelegd in artikel 8 van Pro het EVRM, voort dat degene over wie persoonsgegevens worden verwerkt door de politie, in de gelegenheid moet worden gesteld tot kennisneming van die gegevens. Dit brengt met zich dat een ieder in beginsel in de gelegenheid moet zijn om na te kunnen gaan of zijn gegevens worden verwerkt en, zo nodig, deze verwerking in rechte aan te vechten. Ingevolge artikel 13 van Pro het EVRM heeft een ieder wiens in dat Verdrag gewaarborgde rechten of vrijheden zijn geschonden, recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie. Uit artikel 8, tweede lid, van het EVRM vloeit voort dat deze rechten niet absoluut van aard zijn, maar kunnen worden beperkt, als dit in een democratische rechtsorde noodzakelijk is, in het belang van onder andere de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. In artikel 27 van Pro de Wpg wordt van deze beperkingsmogelijkheid gebruikgemaakt. Weliswaar betoogt eiser terecht dat toepassing van artikel 27 ertoe Pro leidt dat hij niet geheel inzicht krijgt in welke politiegegevens over hem zijn verwerkt, maar daartoe biedt artikel 8, tweede lid, van het EVRM de grondslag.
Beslissing
Rechtsmiddel
Beperkingen van het inzagerecht