Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
wapenvan categorie III, te weten een pistool (merk Beretta) en 9 stuks munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De voorlopige hechtenis
8.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
Ingevolge artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek bestaat recht op vergoeding van immateriële schade indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. In onderhavig geval gaat het om laatstgenoemde categorie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte met zijn mededaders de benadeelde partij ernstig in zijn persoon aangetast. Door een gewapende overval te plegen op de woning van de benadeelde partij, waar zijn zonen en later hij zelf aanwezig waren, is er sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke veiligheid van de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft uiteengezet wat de gevolgen van de gewapende overval voor hem en zijn kinderen zijn geweest en de onderbouwing van de aantasting in de persoon is daarmee voldoende concreet. Daarnaast brengen de aard en ernst van de strafbare feiten mee dat nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat de bedoelde aantasting in de persoon ook om die reden kan worden aangenomen. De rechtbank zal dan ook zoals gevorderd een bedrag van € 750.- aan immateriële schade toewijzen.
Wel wordt de verdachte ook veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
De benadeelde partij heeft het psychisch letsel beschreven en onderbouwd met een verklaring van een psycholoog. De strafbare feiten zijn voorts van dien aard dat duidelijk is dat het voor de benadeelde partij een heftige ervaring is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij deze gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten. De Deze vordering van € 2.000,-, aan immateriële schade waarvan de hoogte niet is betwist, zal daarom worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft het psychisch letsel beschreven en onderbouwd met een verklaring van een psycholoog. De strafbare feiten zijn voorts van dien aard dat duidelijk is dat het voor de benadeelde partij een heftige ervaring is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij deze gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten.
- een bedrag van € 1.980,31,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 juni 2017 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffers] ;
- een bedrag van € 2.385,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 juni 2017 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffers] ;
- een bedrag van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 juni 2017 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffers] ;
- een bedrag van € 250,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 juni 2017 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffers] .