ECLI:NL:RBDHA:2020:12113

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
27 november 2020
Zaaknummer
NL20.14687
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 4:17 AwbArt. 4:18 AwbArt. 4:19 AwbArt. 6:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen niet tijdige beslissing verblijfsvergunning asiel

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 2 juni 2019. De wettelijke beslistermijn van zes maanden was verstreken op het moment van inwerkingtreding van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (TwodI) op 11 juli 2020.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1 van Pro de TwodI bepaalde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn op besluiten omtrent verblijfsvergunningen asiel. Daarnaast bepaalt artikel 3 van Pro de TwodI dat deze uitzondering niet geldt indien de minister vóór de inwerkingtreding niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en vóór die datum een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen. In deze zaak is de ingebrekestelling echter pas na de inwerkingtreding van de TwodI gedaan.

Gelet hierop kan eiseres geen beroep instellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en wijst het beroep af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens toepassing van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL20.14687

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], geboren op [geboortedatum] , van Venezolaanse nationaliteit, eiseres,
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 27 juli 2020 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 2 juni 2019.
Verweerder heeft op 5 augustus 2020 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft op 4 november 2020 gevraagd uitspraak te doen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op 11 juli 2020 is de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND in werking getreden.
2.1
In artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (TwodI) is bepaald dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 6:2, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.2
In artikel 3 van Pro de TwodI is bepaald dat artikel 1 buiten Pro toepassing blijft indien Onze Minister van Justitie en Veiligheid vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en hij vóór die datum van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid of 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht heeft ontvangen.
3. Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven.
4. Eiseres heeft op 2 juni 2019 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Gelet op het bepaalde in artikel 42, eerste lid, Vw had verweerder uiterlijk op 1 december 2019 op de aanvraag moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is verstreken voor de inwerkingtreding van de TwodI. Eiseres heeft verweerder op 13 juli 2020 in gebreke gesteld. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling dateert van na de inwerkingtreding van de TwodI. Gelet daarop kan eiseres ingevolge artikel 1 van Pro de TwodI geen beroep instellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
5. De rechtbank is kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P. W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier.
De uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.