ECLI:NL:RBDHA:2020:1214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang bij vergoeding rechtsbijstand in asielzaken vader en dochter
Eiseres verleende rechtsbijstand aan een vader en zijn dochter in asielprocedures, waarbij de Raad voor Rechtsbijstand de vergoedingen voor deze bijstand op basis van samenhang had vastgesteld en de vergoedingen voor beroepsprocedures had ingetrokken. Eiseres betwistte de samenhang, stellende dat de bekering een individueel proces is en dat het feit dat het familie betreft onvoldoende is voor verknochtheid.
De rechtbank overwoog dat de wet en beleidsregels samenhang vereisen in de zin van inhoudelijke verknochtheid van de procedures. Uit de rapporten bleek dat vader en dochter zich beiden bekeerd hadden tot het christendom en dat de dochter via haar vader met het geloof in aanraking was gekomen. Incidenten zoals een inval bij het ouderlijk huis en bedreigingen vormden de reden voor vertrek uit Iran, wat de asielrelazen nauw verweven maakt.
De rechtbank verwierp het argument van eiseres dat de tijdsbesteding aan de zaak een rol moet spelen bij de vergoeding, aangezien de wet- en regelgeving dit niet toestaat. Ook verwees zij naar eerdere jurisprudentie die de samenhang bevestigt. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de vergoeding op basis van samenhang wordt ongegrond verklaard.