Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 6 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij is overgegaan van het islamitische geloof naar het christendom. Hij is door zijn moeder islamitisch opgevoed. Bij een vriend ( [V 1] ) maakte hij voor het eerst kennis met het christendom. Tijdens een trip naar Armenië ontmoette hij vader Abraham, die hem veel informatie gaf over het christendom en met wie hij traumatische ervaringen (misbruik door een voetbaltrainer) kon bespreken. Tijdens een tweede reis naar Armenië heeft eiser verschillende kerken bezocht en zich laten dopen. In januari 2018 is eiser tijdens een demonstratie opgepakt en verhoord. De Iraanse autoriteiten zijn erachter gekomen dat eiser zich tot het christendom heeft bekeerd.
het volgende aangevoerd. Verweerder heeft zijn bekering tot het christendom ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd ongeloofwaardig acht. Verweerder werpt eiser ten onrechte tegen dat hij (tijdens het nader gehoor van 6 maart 2019) onvoldoende heeft verklaard over wanneer hij voor het eerst in aanraking kwam met het christendom en hoe hij het vertrouwen van [V 1] en diens familie heeft gewonnen. De ambtenaar die het gehoor afnam, had moeten doorvragen als elementen in de verklaring van eiser ontbraken. Een contactambtenaar heeft een regisserende rol, zeker bij een minderjarige asielzoeker. De ambtenaar heeft volgens eiser ook op de volgende punten onvoldoende doorgevraagd:
- evangeliseren en bekering zijn verboden, niet het christendom - en dat een oom en zijn vader niet wisten wat de gevolgen van bekering zouden zijn. Indien verweerder twijfel had over de bekering van eiser, had verweerder in ieder geval moeten nagaan of eiser - door afstand en afscheid te nemen van de islam - als afvallige zal worden beschouwd.
Beslissing
mr. E. Hoekstra, leden, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.