Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Procesverloop
2.Verweer
3.Beoordeling
4.Beslissing
deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 juli 2020;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 29 januari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van een vrouw geboren in 1955. De vrouw lijdt aan meerdere psychische stoornissen waaronder alcoholverslaving, PTSS, een eetstoornis, psychose, persoonlijkheidsstoornis, obsessief compulsieve stoornis en paniekstoornis met agorafobie.
De betrokkene was ambivalent over een gedwongen opname; zij zag enerzijds geen andere opties meer, maar vond een opname ingrijpend en de duur van zes maanden erg lang. De behandelend psychiater gaf aan dat opname noodzakelijk is voor verdiepend onderzoek naar haar wilsbekwaamheid. Diverse ambulante hulpverleners en familie hebben zich maximaal ingezet, maar het beeld is niet verbeterd en het alcoholgebruik bedreigt haar leven.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van ernstig nadeel door levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging omvat onder meer toediening van vocht, voeding en medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen.
De maatregelen zijn evenredig en naar verwachting effectief, met inachtneming van bevordering van maatschappelijke deelname en veiligheid. De machtiging geldt voor zes maanden tot uiterlijk 29 juli 2020. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen inclusief insluiting.