ECLI:NL:RBDHA:2020:12483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19 volksgezondheidsrisico
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 19 april 2019 een visum kort verblijf aan voor familie- of vriendenbezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag aanvankelijk af omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf niet waren aangetoond en de terugkeer niet kon worden gegarandeerd.
Naar aanleiding van de COVID-19-pandemie en de Europese richtsnoeren besloot Nederland vanaf 19 maart 2020 de grenzen te sluiten voor burgers van buiten de EU. Op bezwaar tegen de afwijzing werd het visum opnieuw geweigerd op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode, vanwege de tijdelijke beperkingen ter bescherming van de volksgezondheid.
Eiseres stelde dat de COVID-19-maatregelen niet op haar van toepassing waren omdat haar aanvraag ruim voor de pandemie was ingediend en dat de richtsnoeren in strijd waren met rechtszekerheid. De rechtbank oordeelde dat de heroverweging op bezwaar nieuwe feiten mag betrekken en dat de afwijzing conform de geldende wetgeving is. Het beroep is ongegrond verklaard omdat eiseres een bedreiging vormt voor de volksgezondheid en geen nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd die tot een ander besluit leiden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het gevaar voor de volksgezondheid door COVID-19.