ECLI:NL:RBDHA:2020:12509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1972, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. Betrokkene en zijn advocaat stemden in met de zorgmachtiging, hoewel de advocaat bezwaar maakte tegen de ruime formulering van het onderzoek aan kleding en lichaam.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek aan kleding en lichaam noodzakelijk is vanwege het risico op drugsbezit en gevaarlijke voorwerpen, en wees het bezwaar van de advocaat af. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 2 juni 2021. Het verzoek tot andere vormen van zorg werd afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig, effectief en noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot en met 2 juni 2021.