ECLI:NL:RBDHA:2020:12521
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning horeca
Verzoekster, De Bruine Boon B.V., heeft bij de burgemeester van Leiden twee aanvragen ingediend voor een Drank- en Horecawetvergunning voor een horecabedrijf aan de Stationsweg 1 te Leiden. Beide aanvragen zijn buiten behandeling gesteld en later inhoudelijk geweigerd. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel geschil niet snel aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij er sprake is van een onomkeerbare situatie zoals faillissement of acute financiële nood. Verzoekster stelde financiële nood te hebben onderbouwd met een verklaring van de boekhouder over vaste lasten, maar dit was onvoldoende om aan te tonen dat de continuïteit van de onderneming daadwerkelijk wordt bedreigd.
Verweerder stelde dat er sprake is van nauwe verwevenheid met de verkopende partij en dat verzoekster zelf de dreigende situatie kan afwenden. Ook de geldende Covid-maatregelen voor de horeca wegen mee in het oordeel dat het spoedeisend belang ontbreekt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het niet aannemelijk is gemaakt dat verzoekster niet langer in staat is haar vaste lasten te voldoen en dat financiële compensatie achteraf mogelijk is indien het primaire besluit onrechtmatig blijkt. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.