ECLI:NL:RBDHA:2020:12532

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 november 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
C/09/602127 / JE RK 20-2580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 807 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling ongeboren kind wegens ernstige zorgen over ontwikkeling door verslaving moeder

De moeder is tussen de 16 en 19 weken zwanger en kampt met een ernstige alcoholverslaving, mogelijk gecombineerd met drugsgebruik. Hierdoor zijn er grote zorgen over de ontwikkeling van het ongeboren kind, waarvan de hersenontwikkeling beperkt is en het hoofdje te klein lijkt. De moeder heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en verblijft in een crisisopvang, waarbij zij zich onttrekt aan hulpverlening en afspraken niet nakomt.

In oktober 2020 deed de moeder een suïcidepoging en werd zij opgenomen in het ziekenhuis. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht daarom om een voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind om diens veiligheid en ontwikkeling te waarborgen. De kinderrechter achtte dit dringend noodzakelijk en stelde het kind voorlopig onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 17 november 2020 tot 6 februari 2021.

De behandeling van het verzoek is aangehouden voor nader onderzoek. De Raad zal tevens onderzoeken of het mogelijk is het kind na geboorte bij de moeder te laten. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter H.A.G. Nijman.

Uitkomst: Het ongeboren kind wordt voorlopig onder toezicht gesteld van 17 november 2020 tot 6 februari 2021 vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling en veiligheid.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/602127 / JE RK 20-2580
Datum uitspraak: 17 november 2020

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 9 november 2020 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden, hierna te noemen: de Raad,

betreffende:

het ongeboren kind van de nader te noemen moeder.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,
BRP-geregistreerd te [woonplaats]

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

Op 6 november 2020 heeft mr. H.J.M. Smid-Verhage, kinderrechter in deze rechtbank mondeling buiten kantooruren beslist dat het ongeboren kind van de moeder voorlopig onder toezicht wordt gesteld van 6 november 2020 tot 9 november 2020 te 17:00 uur, in afwachting van het schriftelijke verzoek.
Bij beschikking d.d. 9 november 2020 van de kinderrechter in deze rechtbank is het ongeboren kind van de moeder voorlopig onder toezicht gesteld van 9 november 2020 te 17:00 uur tot 19 november 2020 en is behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • voornoemde beschikkingen d.d. 6 november 2020 en d.d. 9 november 2020.
Op 17 november 2020 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
  • mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad;
  • mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, maar niet verschenen.

Feiten

Verzoek

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van het ongeboren kind van de moeder, met toepassing van artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. De moeder is naar verwachting tussen de 16 en 19 weken zwanger van het ongeboren kind en heeft een alcoholverslaving, waarbij ze veelvuldig bier en sterke dranken drinkt. In het verleden heeft de moeder ook drugs gebruikt en het vermoeden bestaat dat ze dit nog steeds met regelmaat doet. Door de verslaving van de moeder zijn er ernstige zorgen over de ontwikkeling van het ongeboren kind. Volgens de gynaecoloog van de moeder is de hersenontwikkeling van het ongeboren kind beperkt en lijkt het hoofdje te klein. In oktober 2020 heeft de moeder een suïcidepoging gedaan en is ze opgenomen in het ziekenhuis. De moeder blijft zich onttrekken aan de zorg en komt de afspraken met de hulpverlening niet na. Op dit moment wordt er gekeken naar de mogelijkheid om de moeder gedwongen te laten opnemen en gaat de Raad starten met een onderzoek. Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om het ongeboren kind van de moeder te beschermen en het een stem te kunnen geven.
De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek van de Raad en heeft ter zitting verklaard dat binnenkort een overleg zal plaatsvinden met alle betrokken hulpverleners en ze gaan proberen om de moeder gedwongen te laten opnemen.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen en uit de verklaringen van de gehoorde personen, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat het ongeboren kind van de moeder, hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht wordt gesteld.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat er al lange tijd sprake is van ernstige verslavingsproblematiek bij de moeder, waardoor er zorgen zijn dat het ongeboren kind met schade in de ontwikkeling geboren zal gaan worden. Op dit moment is de hersenontwikkeling van het ongeboren kind beperkt en lijkt het hoofdje te klein. Door de alcoholverslaving van de moeder is er een grote kans dat het ongeboren kind verslaafd geboren zal worden en het direct extra zorg nodig zal hebben na de bevalling. De moeder heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en verblijft op dit moment in een crisisopvang, waardoor ze het ongeboren kind geen stabiele omgeving kan bieden. Bovendien onttrekt de moeder zich aan de hulpverlening. Ze is zeer onvoorspelbaar in het contact met de hulpverlening, komt de afspraken niet na en verdwijnt van de radar. Ze blijft keuzes maken die een groot gevaar opleveren voor zichzelf en het ongeboren kind. In oktober jl. heeft de moeder een suïcidepoging gedaan, waardoor ze in het ziekenhuis moest worden opgenomen. De kinderrechter acht het gedwongen kader van een voorlopige ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk om zicht te kunnen houden op het ongeboren kind en de veiligheid en de bescherming van het ongeboren kind te waarborgen. De Raad gaat de komende tijd verder onderzoek doen naar de mogelijkheden om het nu nog ongeboren kind na de geboorte bij de moeder te laten blijven.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
stelt het ongeboren kind van de moeder van 17 november 2020 tot 6 februari 2021 voorlopig onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, die in ieder geval is gelegen
vóór 6 februari januari 2021;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de Raad voor de Kinderbescherming;
  • Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;
  • de moeder.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2020 door mr. H.A.G. Nijman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 december 2020.
Ingevolge artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.