ECLI:NL:RBDHA:2020:12563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 22 augustus 2020 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft Slowakije verzocht de asielaanvraag over te nemen, en Slowakije heeft dit verzoek aanvaard.
Eiser voerde aan dat de detentie- en leefomstandigheden in Slowakije ontoelaatbaar zijn en dat hij risico loopt op onterechte detentie en onmenselijke behandeling, in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Hij onderbouwde dit met verklaringen, een mp4-bestand van kakkerlakken in een opvangkamp en verwijzingen naar rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Slowakije een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. De aangevoerde omstandigheden betreffen incidentele situaties en onvoldoende concrete feiten. Ook is niet gebleken dat Slowakije structureel tekortschiet in de naleving van zijn internationale verplichtingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 18 november 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.