ECLI:NL:RBDHA:2020:12565
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering urgentieverklaring vanwege woonoverlast
Verzoekster had eerder een urgentieverklaring gekregen vanwege een medisch en sociaal levensbedreigende woonsituatie. Na het verhuizen naar een nieuwe woning ondervond zij woonoverlast van bovenburen, wat haar psychische klachten verergerde. Zij vroeg opnieuw om een urgentieverklaring, maar het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit af op grond van de Huisvestingsverordening 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat woonoverlast en de daaruit voortvloeiende psychische problemen niet leiden tot recht op een urgentieverklaring volgens de geldende regelgeving. Verzoekster moet deze problemen oplossen met haar verhuurder Haag Wonen. Hoewel Haag Wonen de problematiek erkent en een eenmalig aanbod van een vergelijkbare woning buiten Moerwijk heeft toegezegd, is het ongewis wanneer deze woning beschikbaar komt.
Gezien deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen.