ECLI:NL:RBDHA:2020:12569
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken duurzame gezinsband
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij referent die een verblijfsvergunning asiel had gekregen. Verweerder wees de aanvraag af omdat op het peilmoment van binnenkomst van referent in Nederland geen duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent was aangetoond. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van de aangeleverde bewijsstukken en verklaringen.
De rechtbank overweegt dat het contact tussen eiseres en referent op het peilmoment beperkt was tot telefonisch contact gedurende vier maanden en dat zij elkaar nooit persoonlijk hadden ontmoet. De latere traditionele huwelijkssluiting in maart 2018 is niet relevant voor het peilmoment. Ook de door eiseres overgelegde foto’s en getuigenverklaring bieden onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht niet heeft getoetst aan artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn omdat de gezinsband niet is vastgesteld. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een duurzame en exclusieve gezinsband op het peilmoment.