ECLI:NL:RBDHA:2020:12611
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Afghaanse verzoekers
Verzoekers, van Afghaanse nationaliteit, hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvragen werden door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 en 9 september 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De zitting vond plaats op 27 oktober 2020, waarbij verzoekers werden vertegenwoordigd door hun gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd eveneens vertegenwoordigd. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaken betreffende de beroepen tegen de afwijzingen.
Gezien de uitspraak op de hoofdberoepen achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees de verzoeken af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdberoepen zijn beslist.