ECLI:NL:RBDHA:2020:12650
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard door rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele arbeidsrechtelijke procedure, waarin geschil bestond over openstaande vakantiedagen en ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek werd ingediend op 6 oktober 2020, terwijl de comparitie op 22 september 2020 had plaatsgevonden, waardoor het verzoek te laat werd ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend, welke vereist is om te voorkomen dat een rechter onpartijdigheid verliest tijdens de procedure. Verzoeker had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het tijdsverloop konden rechtvaardigen, ondanks herhaalde verzoeken daartoe.
Verzoeker stelde dat de zitting partijdig en onzorgvuldig was verlopen, met een kille houding van de rechter en een ongelijke behandeling ten opzichte van de werkgever. De rechter had echter niet in de wraking berust en de wrakingskamer vond geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.