ECLI:NL:RBDHA:2020:12655
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid tijdens getuigenverhoor
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Nijenhuis, rechter in een ontslagzaak, vanwege vermeende partijdigheid tijdens het getuigenverhoor van 26 oktober 2020. Verzoeker stelde dat de rechter de getuigen van de wederpartij hielp met antwoorden en de advocaat van verzoeker verhinderde vragen te stellen.
De wrakingskamer baseerde haar oordeel op het proces-verbaal van de zitting, de schriftelijke reactie van de rechter en de verklaring van de gemachtigde van de wederpartij. Uit deze bronnen bleek dat de gemachtigde van verzoeker wel degelijk vragen kon stellen en dat de rechter niet partijdig had gehandeld.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid was en dat het verzoek tot wraking daarom moest worden afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd op 7 december 2020 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor partijdigheid.