ECLI:NL:RBDHA:2020:12665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M.G. van Wezel
- C.M. van der Kleijn
- A.E.J. Satink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en onaanvaardbare termijn
De rechtbank Den Haag heeft op 11 december 2020 het ouderlijk gezag over een minderjarig meisje beëindigd. De moeder en vader slaagden er niet in om binnen een voor het kind aanvaardbare termijn de noodzakelijke zorg en opvoeding te bieden, ondanks verlengde ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Het meisje heeft een belaste voorgeschiedenis met hechtingsproblematiek en een bovengemiddelde opvoedbehoefte. Zij verblijft sinds drie jaar in een gezinshuis waar zij zich relatief goed ontwikkelt. De moeder kon onvoldoende aansluiten bij haar sociaal-emotionele ontwikkeling. Over de vader bestaat onduidelijkheid over zijn opvoedcapaciteiten, maar er zijn sterke vermoedens dat ook hij niet adequaat kan zorgen.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind bij duidelijkheid over haar opvoedperspectief zwaarder weegt dan nader onderzoek naar de vader. Daarom werd het gezag beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd. Het verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing werd afgewezen omdat het gezag is beëindigd.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd.