ECLI:NL:RBDHA:2020:12666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinsleden wegens ontbreken gezinsleven en gezag
Eisers, allen Ghanese nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinsleden bij hun vermeende vader, de referent. De Staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en dat de referent het gezag over eisers had. Eisers stelden dat zij uit relaties geboren zijn die gelijk te stellen zijn aan een huwelijk en dat er sprake is van hechte persoonlijke banden met de referent, onderbouwd met financiële ondersteuning, foto’s en bezoeken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers niet uit een huwelijk of een daarmee gelijkgestelde relatie zijn geboren. De vermeende samenwoning werd onvoldoende onderbouwd. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk hechte persoonlijke banden bestonden, omdat financiële ondersteuning en bezoeken niet voldoende bewijs vormden. De twijfel over de afstammingsrelatie werd niet als doorslaggevend gezien, omdat de beoordeling uitging van het aannemen van biologische vaderschap. Het ontbreken van een gelegaliseerde custody order maakte dat het gezag niet was aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht niet heeft afgezien van nader onderzoek en dat het horen van eisers niet noodzakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf wegens ontbreken van gezinsleven en gezag.