ECLI:NL:RBDHA:2020:12686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken wegens ongeloofwaardig relaas en niet-onverwijlde aanvraag
Eisers, Moldavische en Oekraïense nationaliteit, vroegen asiel aan vanwege bedreigingen in Moldavië en Oekraïne. De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege ongeloofwaardigheid van het relaas en het feit dat de asielwens niet onverwijld werd kenbaar gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedetineerd is geweest, maar dat de kern van zijn verhaal over bedreigingen onvoldoende concreet en tegenstrijdig is. Ook het verschil in verklaringen tussen eiser en eiseres over belangrijke feiten ondermijnt de geloofwaardigheid.
Verder werd geoordeeld dat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt en dat eisers hun asielwens niet tijdig hebben gemeld. Het beroep op jurisprudentie kon dit niet veranderen. Het opgelegde inreisverbod werd gehandhaafd omdat de belangenafweging onvoldoende onderbouwd was.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de staatssecretaris mocht het terugkeerbesluit en inreisverbod handhaven. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen, het terugkeerbesluit en het inreisverbod.