ECLI:NL:RBDHA:2020:12794
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boetebesluit au pair bureau
Verzoekster, een au pair bureau, kreeg op 13 november 2019 een boete van €16.200,- opgelegd wegens overtredingen van artikel 55a van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het boetebesluit te schorsen totdat op bezwaar was beslist.
Tijdens de zitting op 25 augustus 2020, waarbij verzoekster en haar gemachtigde aanwezig waren, heeft verweerder, vertegenwoordigd door de gemachtigde van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, toegezegd dat het boetebesluit geschorst wordt totdat op bezwaar is beslist en dat tot die tijd niet tot inning wordt overgegaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor het spoedeisende belang voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster. De uitspraak is gedaan op 1 september 2020 door voorzieningenrechter E.P.W. van de Ven.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het boetebesluit is afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.