Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. N.J. Ros en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J. Gunning naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
4 november 2019 te ‘s-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen zijn/hun inlogna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of andere (inlog)gegevens van zijn account bij de ING bank ter beschikking te stellen, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
3.Bewijs
- in de periode van 3 tot en met 4 november 2019 in Den Haag/Nederland [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] ) heeft opgelicht, waarbij hij hen heeft bewogen de inloggegevens van hun account bij de ING bank ter beschikking te stellen (feit 1);
- in de periode van 3 tot en met 5 november 2019 in Den Haag/Nederland computervredebreuk heeft gepleegd met betrekking tot de internetbankierenomgeving van de ING bank (feit 2);
- in de periode van 3 tot en met 5 november 2019 in Den Haag/Nederland geldbedragen heeft gestolen van de ING bankrekeningen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met gebruikmaking van inloggegevens van ING klanten (feit 3);
- in de periode van 3 tot en met 5 november 2019 in Den Haag/Nederland geldbedragen heeft witgewassen (feit 4).
- op 4 november 2019 is twee keer een bedrag van € 995,- bijgeschreven. Beide bedragen zijn afkomstig van het rekeningnummer [bankrekeningnummer ] op naam van
- op 4 november 2019 is om 15:05 uur € 995,- gepind bij de [naam winkel] . Amsterdam;
- op 4 november 2019 is twee keer een bedrag van € 13,99 bestemd voor Netflix teruggeboekt met reden ‘terugboeking op verzoek klant’;
- op 4 november 2019 is twee keer een bedrag van € 8,99 bestemd voor Videoland teruggeboekt met reden ‘terugboeking op verzoek klant’;
- op 4 november 2019 is € 7,60 bestemd voor Felyx Sharing teruggeboekt met reden ‘terugboeking op verzoek klant’;
- op 4 november 2019 is een ov-chipkaart opgeladen voor € 10,-.
4 november 2019 beschikking heeft gehad over de bankrekening van [slachtoffer 1] en dat hij daarom verantwoordelijk kan worden gehouden voor alle uitgaande transacties en terugboekingen op die rekening, die [slachtoffer 1] in die periode niet zelf heeft verricht. De rechtbank gaat op basis van de analyse van de bankrekening van [slachtoffer 1] uit van een geldbedrag van € 1058,56 (€ 995,- + € 13,99 + € 13,99 + € 8,99 + € 8,99 + € 7,60 + € 10,-). De rechtbank stelt vast dat de verdachte aldus totaal een geldbedrag van € 1.058,56 voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, omgezet en daarvan gebruik heeft gemaakt. De verdachte wist dat dit geldbedrag uit (eigen) misdrijven, oplichting, computervredebreuk en diefstal, afkomstig was en heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het witwassen van die geldbedragen. De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde in zoverre bewezen.
[slachtoffer 2] , die ook aangifte heeft gedaan van bankfraude. Buiten medeweten van [slachtoffer 2] hebben er transacties plaatsgevonden van zijn ING bankrekening, onder meer een overboeking van € 995,- naar de rekening van aangever [slachtoffer 1] , kort nadat de verdachte voor dat bedrag een jas kocht bij [naam winkel] . De rechtbank ziet daarin sterke aanwijzingen dat de verdachte hierbij op enige wijze betrokken was, maar kan dit niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen. Camerabeelden van de ten laste gelegde oplichting ontbreken, en de signalementen die aangever [slachtoffer 2] heeft gegeven van de mannen die iets met zijn telefoon hebben gedaan, zijn te algemeen, ook indien rekening wordt gehouden met de straat waar aangever [slachtoffer 2] de mannen met zijn taxi heeft afgezet en waar de vriendin van een medeverdachte zou wonen. En zelfs als wordt uitgegaan van de betrokkenheid van de verdachte, dan blijft onduidelijk wat zijn rol precies was en dus of hij (mede)pleger was. De verdachte zal daarom in zoverre worden vrijgesproken.
hetgeautomatiseerde
werkheeft verworven
4 november 2019in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte
€ 1058,56, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en omgezet en
daarvangebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat het voorwerp - onmiddellijk - afkomstig was uit enig eigen misdrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
16 november 2020. De reclassering rapporteert dat er op sociaal-maatschappelijk vlak meerdere praktische problemen zijn, dat de verdachte geen inkomen heeft, geen dagbesteding heeft en geen relevante diploma’s of werkervaring heeft. De reclassering heeft geconcludeerd dat een toezicht evenwel geen meerwaarde heeft, gezien verdachtes negatieve hulpverleningsverleden en gebrek aan probleembesef en intrinsieke motivatie. De reclassering adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden.
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
4 (vier) maanden;
- [slachtoffer 3] ;
- [slachtoffer 4] ;
- [slachtoffer 5] ;
- [slachtoffer 6] ;
- [slachtoffer 7] ;
- [slachtoffer 8] ;