ECLI:NL:RBDHA:2020:12889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijk loon en verzuimboete bij aanmerkelijk belang in vennootschap
Eiser was gedurende 2015 enig aandeelhouder en bestuurder van twee vennootschappen en exploiteerde daarnaast een eenmanszaak. Verweerder legde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW op, waarbij een gebruikelijk loon van €30.000 werd gehanteerd en een verzuimboete werd opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte.
Eiser voerde aan dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld, met name dat het gebruikelijk loon onterecht op €30.000 was gesteld omdat de vennootschap tot 4 juni 2015 inactief zou zijn geweest en dat de curator nalatig was in het indienen van de aangifte. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruikelijk loon lager moest worden vastgesteld dan €30.000, mede omdat eiser gedurende het hele jaar werkzaamheden voor de vennootschap had verricht en geen bewijs was geleverd van structureel verlies of lagere lonen bij vergelijkbare werknemers.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de verzuimboete terecht was opgelegd omdat eiser niet tijdig aangifte had gedaan en niet aannemelijk had gemaakt dat hij alle redelijkerwijs te vergen zorg had betracht om het verzuim te voorkomen. Het feit dat eiser onder curatele stond deed hieraan niet af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2015 en verzuimboete wordt ongegrond verklaard.